Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De inventarisatie van de risico’s en daarmee de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit geschiedt binnen de gemeente Helmond door de specifieke risico’s financieel te kwantificeren en algemene risico’s te benoemen. De specifieke risico’s zijn risico’s die van toepassing zijn op Helmond.
Allereerst wordt een inschatting gemaakt van de kans dat dit risico zich voordoet. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • Zeer klein (factor 0,1)
  • Klein (factor 0,3)
  • Midden (factor 0,5)
  • Groot (factor 0,7)
  • Zeer groot (factor 0,9)

Voor een aantal risico’s zijn al beheersmaatregelen genomen. De kwantificering van deze beheersmaatregelen brengen we in mindering op het risico. Per saldo ontstaat dan een restrisico. Het totaal aan restrisico resulteert dan in de benodigde weerstandscapaciteit. Naast de specifieke risico’s kennen alle gemeenten ook algemene risico's. De verschillende risico's lichten we in de volgende paragraaf toe.

Specifieke risico's

In onderstaand overzicht staan de gekwantificeerde risico’ en hiermee de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente Helmond.

(Bedragen x € 1.000)

Nr.

Risico's

I/S

kans

Grondslag risico's

Beheersing

Dekking

Restrisico

1.

Juridische claims

I

0,3

PM

PM

2a.

Open einderegeling WMO/Jeugd/
rondkomen

I

0,5

4.370

Reserve Sociaal Domein

2.185

0

2b.

Participatiewet BUIG

I

0,1

4.920

Alg.res Senzer/
Reserve I-deel

492

0

3a.

Verstrekte geldleningen

I

0,1

34.881

3.488

3b.

Borgstellingen

I

0,1

40.936

4.094

4.

Vennootschapsbelasting

I

0,5

PM

PM

5.

Fiscale claims

I

0,1

PM

PM

6.

Cyberrisico's

I

0,3

12.000

3.600

7.

Calamiteiten

I

0,1

6.000

600

8.

Prijsontwikkeling bouwkosten

I

0,7

11.400

7.980

Risico's Algemeen

19.762

9.

Grondbedrijf

109.200

109.200

Totale restrisico Algemeen en Grondbedrijf

128.962

Ad 1. Juridische claims
De gemeente Helmond loopt juridische risico’s. De omvang van het risico laat zich moeilijk schatten. De kans op juridische claims wordt als laag gewaardeerd.

Ad 2a. Sociaal Domein
Bijna alle regelingen binnen het Sociaal Domein zijn openeinderegelingen op basis van uitvoering van wet- en regelgeving. Dit brengt risico's met zich mee als de vraag naar zorg groter is dan voorzien. We gaan voor de bepaling van het risicobedrag uit van gemiddeld 5% overschrijding van het budget wat leidt tot een risico van ongeveer € 4,4 miljoen. De grondslag voor dit risico is gebaseerd op de budgetten Wmo, Jeugd en rondkomen vanuit de jaarrekening 2025.

Ad 2b. Participatiewet Gebundelde uitkering (BUIG)
Aangezien de BUIG het karakter heeft van een openeinderegeling, is het risico op een overschrijding van het budget aanwezig. De Participatiewet wordt voor de deelnemende gemeenten uitgevoerd door de Gemeenschappelijke Regeling Senzer. Na inzet van het weerstandsvermogen van Senzer, blijft de eindverantwoordelijkheid voor dit risico bij de afzonderlijke gemeenten. Uit de voorlopige jaarrekening 2025 van Senzer blijkt dat het weerstandsvermogen van Senzer voldoende is om de risico’s zelf op te vangen. De kans dat we als gemeente worden aangesproken op ons aandeel wordt als klein ingeschat.

Ad 3a/b. Verstrekte geldleningen en borgstellingen
Het volume van verstrekte geldleningen en borgstellingen is ten opzichte van vorig jaar gedaald als gevolg van aflossingen op leningen, Het totaal aan verstrekte geldleningen bedraagt € 34,8 miljoen en de gewaarborgde geldleningen € 40,9 miljoen. De kans dat er een beroep wordt gedaan op de gemeente wordt als zeer klein ingeschat. Op basis hiervan bedraagt het waarschijnlijke risico € 7,6 miljoen.

Ad 4. Vennootschapsbelasting
De gemeente is sinds 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Activiteiten die hieronder vallen zijn het grondbedrijf en in beperkte mate restafval en mogelijk het parkeerbedrijf en reclame. In het verleden waren de resultaten van het grondbedrijf veelal negatief. Onder ander door stijgingen van de grondprijzen volgt uit de meest recente prognose van het grondbedrijf een positief resultaat. Uiteraard hoeft er pas belasting betaald te worden als transacties daadwerkelijk plaatsvinden, en niet over boekhoudkundige resultaten in nog lopende grondexploitaties.

Waar in het verleden eventuele winsten uit de overige activiteiten verrekend konden worden met het negatieve fiscale resultaat van het grondbedrijf zal dit positieve resultaat in de toekomst leiden tot verschuldigdheid van vennootschapsbelasting. Hierbij is van belang dat op basis van fiscale wetgeving andere uitgangspunten gehanteerd dienen te worden. Zo zal o.a. de rentecomponent die ten laste komt van het resultaat grondbedrijf fiscaal tot een lager bedrag in aanmerking genomen mogen worden. Daarnaast is fiscaal sprake van een algemene renteaftrekbeperking. Deze aftrekbeperkingen leiden tot een hoger bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting. Het vennootschapsbelastingtarief bedraagt op dit moment 25,8%. 

Ad 5. Fiscale claims
Ten aanzien van diverse (fiscale) onderwerpen kan er altijd onverwacht een claim van de belastingdienst ontstaan. Dit wordt veroorzaakt door de complexiteit van de fiscale wetgeving en de verwevenheid daarvan in alle (financiële) processen binnen de gemeente. De afzonderlijke risico’s worden samengevoegd tot één fiscaal risico.

De belastingdienst kan eventuele fouten herstellen over de periode van de afgelopen vijf jaar waardoor het financieel risico aanzienlijk kan zijn. De gemeente is Horizontaal Toezicht met de belastingdienst overeengekomen, waardoor continu in overleg wordt getreden. De kans op fiscale claims wordt dan ook laag gewaardeerd.

Ad 6. Cyberrisico's
De informatiebeveiligingsdienst van de VNG geeft aan dat gemeenten worden geconfronteerd met een complex en structureel dreigingslandschap. De belangrijkste risico’s zijn ransomware-aanvallen, datalekken en verstoringen door incidenten bij leveranciers. Daarnaast is de kans dat we te maken krijgen met cyberrisico's gestegen als gevolg van het gebruik van AI en de geopolitieke ontwikkelingen.
Gemeente Helmond heeft waardevolle informatie te verliezen of kan schade lijden als informatie niet meer beschikbaar is. De kans dat de gemeente te maken krijgt met cybercrime wordt als groot ingeschat. De kans dat dit omvangrijke gevolgen heeft voor de applicaties en de bedrijfsvoering wordt echter als klein ingeschat. Er wordt continu geïnvesteerd in infrastructuur en medewerkers om deze risico's te beheersen. Daarnaast is een verzekering afgesloten met een beperkte dekking voor de schade en een dekking voor expertise om de omvang van de schade te beperken.

De uitdaging voor komend jaar is gelegen in een versterking van het volwassenheidsniveau voor informatiebeveiliging om in te spelen op een voortdurend stijgend dreigingsbeeld.

Ad 7. Calamiteiten
Calamiteiten en (natuur)rampen hebben een grote impact en schade op de Helmondse bevolking. Hierbij kunnen grote schades ontstaan die niet door verzekering worden gedekt.

Ad 8. Prijsontwikkeling bouwkosten
De onvoorspelbare markt, mede als gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen, zorgt ervoor dat het prijsverloop moeilijk is in te schatten. Het kan daardoor voorkomen dat de huidige budgetten niet meer toereikend zijn als gevolg van prijsstijgingen. We houden rekening met een verwachte gemiddelde prijsstijging van € 11 miljoen op de openstaande (meerjarige) budgetten.

Ad 9. Grondbedrijf
De resultaten van de grondexploitaties, zoals die in deze jaarrekening zijn opgenomen, zijn gebaseerd op de bekende omstandigheden en feiten. Het voeren van grondexploitaties brengt risico’s met zich mee. Dit betreffen project-overstijgende en projectrisico’s. Met de jaarlijkse risicoanalyse maken we een inschatting van deze risico’s en kwantificeren we de risico’s. De impact van de risico’s betreft € 162,4 miljoen tot € 185,8 miljoen. De impact is het bedrag als alle risico’s optreden. Het benodigde risicobedrag bedraagt tussen de € 105,5 miljoen tot € 109,2 miljoen; dit is de impact x de ingeschatte kans van optreden.

Het grondbedrijf dekt deze risico’s af met haar weerstandsvermogen dat bestaat uit de reserve grondbedrijf en de resterende winstpotentie op de winstgevende grondexploitaties. Het weerstandsvermogen is € 141,2 miljoen groot en daarmee van voldoende omvang om de risico’s op te vangen. Daarbij wordt opgemerkt dat het grootste gedeelte van de winstpotentie is gebaseerd op het verwacht eindresultaat van Brandevoort 2 (€ 21,5 miljoen) en de verwachte winsten op bedrijventerreinen (€ 16,5 miljoen). Het verwacht eindresultaat van Brandevoort 2 is nog grotendeels gebaseerd op het oude plan (Noordelijk gedeelte € 16,9 miljoen). Met het vaststellen van de nieuwe grondexploitatie voor Nieuw Brandevoort in 2026 wordt een negatief eindresultaat verwacht en komt deze winstpotentie van € 16,9 miljoen te vervallen. De verwachte winsten op bedrijventerreinen kunnen in verband met de netcongestie naar verwachting pas na 2040 genomen worden. Deze winstpotentie is er dus wel degelijk maar komt pas na 2040 als te nemen winst beschikbaar. In de paragraaf grondbeleid is in hoofdstuk 4.7.2 een totaaloverzicht opgenomen van de verwachte eindresultaten op de grondexploitaties. In dit overzicht is per bedrijventerrein te zien wanneer de winsten naar verwachting zijn gerealiseerd.

Onderstaand figuur visualiseert hoe de impact van de risico’s zich verhoudt tot het risicobedrag en hoe het risicobedrag zich verhoudt tot het weerstandsvermogen.


Risico’s
Binnen de grondexploitatie kennen we twee soorten risico’s, namelijk:

  1. Projectspecifieke risico’s
    Dit zijn specifieke risico’s die in een project spelen, bijvoorbeeld verwervingskosten, saneringskosten en planologische risico’s. De projectrisico’s maken we inzichtelijk door de risico’s kwalitatief te benoemen (oorzaak, gevolg) en de impact als het risico zich voordoet te kwantificeren (financieel gevolg als risico zich voordoet x kans inschatting dat risico zich voordoet geeft het risicobedrag). In de nieuwe risicoanalyse is daarnaast rekening gehouden met de mogelijke financiële gevolgen op de grondexploitatie van de nieuwe ontwikkeling voor Nieuw Brandevoort en de Automotive Campus. Daarnaast is in de risicoanalyse rekening gehouden met de cofinanciering (gemeentelijk deel) van de financiële bijdrage van het Rijk voor de realisatie van de schaalsprong in het centrumgebied (o.a. Vlisco en Houtse Beemden).
  2. Projectoverstijgende risico’s
    Dit zijn conjuncturele en beleidsmatige risico’s die voor alle grondexploitaties gelden. Om de projectoverstijgende risico’s in kaart te brengen, werken we met scenario’s. In de scenario’s benoemen we kwalitatief de risico’s en schetsen we het scenario. Het scenario passen we toe op de grote grondexploitaties met lange looptijd. De 2 belangrijkste scenario’s waarmee is gerekend zijn de langere looptijd en de stijging van de rente.
  1. Het scenario met de langere looptijd is ingegeven op het feit dat nu bij de beste schatting van de herziening van de grondexploitaties grotendeels is vastgehouden aan de bestaande planning voor de uitgifte van de gronden. Vanwege de netcongestie lopen we echter het risico dat op een bepaald moment er (tijdelijk) geen nieuwe aansluitingen meer kunnen komen en/of geen capaciteit meer beschikbaar is op het net. Vanaf 2033 komt er weer capaciteit beschikbaar vanuit een nieuw station in Wijchen. In beide scenario’s van de risicoanalyse is daarom gerekend met 7 jaar vertraging op de gronduitgifte.
  2. In de grondexploitaties moeten we jaarlijks rente toerekenen over de boekwaarde op 1 januari. De rente is gebaseerd op het renteomslagpercentage van de gemeente. Tot nu toe mogen we rekenen met 1% rente. Als echter alle geplande grote aankopen voor de komende tijd (waaronder Vlisco en Automotive Campus) doorgang vinden dan zal dit waarschijnlijk betekenen dat we bij de volgende herziening van de grondexploitaties bij de jaarrekening 2026 moeten gaan rekenen met een hoger percentage. Vandaar dat we nu 2 scenario’s hebben uitgewerkt met een stijging van de rente.

In onderstaande tabel is de uitwerking van de scenario’s opgenomen. De percentages die in de tabel zijn opgenomen zijn de afwijkingen t.o.v. de parameters waarmee nu bij de herziening van de grondexploitaties is gerekend. Dus als voorbeeld: bij de herziening van de grondexploitaties is gerekend met een rentepercentage van 1%. In scenario 1 is gerekend met 1,5% rente en in scenario 2 is gerekend met 2% rente.

Risico

Impact

Scenario 1

Scenario 2

Rente stijging

Hogere rentekosten

+ 0,5% (structureel)

+ 1,0 % (structureel)

Stijging index grondverwervingskosten

Hogere verwervingskosten

0%

+ 3% (2026)

+2% (2027)

+1% (2028)

Stijging index civiele kosten

Hogere civiele kosten

0%

+ 1% (2026 en 2027)

Langere looptijd

Vertraging

7 jaar

7 jaar

Het resultaat is als volgt:

Impact JR2025 Grondexploitatie

Scenario 1 Eindwaarde

Scenario 2 Eindwaarde

Brandevoort 2

-21,6

-39,7

Centrumplan

-2,2

-3,1

Ehad

-4,0

-5,6

Suytkade

-3,7

-5,7

Automotive Campus

-0,5

-1,3

-32,0

-55,4

Risico kans

75%

50%

Risicobedrag

-24,0

-27,7

De impact van de project-overstijgende risico’s ligt tussen de € 32,0 miljoen en € 55,4 miljoen. Het risicobedrag ligt tussen de € 24,0 miljoen en € 27,7 miljoen.

Totaalbeeld.
Het totaal aan risico’s van de project-specifieke en project-overstijgende risico’s samen ligt tussen de € 105,5 miljoen en € 109,2 miljoen. Deze bedragen liggen hoger dan vorig jaar. Dit komt voornamelijk door een stijging van de project specifieke risico’s. Het belangrijkste verschil is dat ten opzichte van vorig jaar rekening is gehouden met een hoger bedrag voor de ontwikkeling voor Nieuw Brandevoort.

Het jaarrekeningresultaat van 2025 ad € 4,1 miljoen negatief is conform de geldende afspraken van het gesloten circuit onttrokken aan de reserve grondbedrijf.

De onderlinge verhouding tussen het totaal aan risico’s op de grondexploitatie en de hoogte van de reserve grondbedrijf is ten opzichte van vorig jaar ongunstiger geworden. Vanwege de kanttekeningen bij de winstpotentie is de winstpotentie niet meegenomen in onderstaande vergelijking. Dus zonder de resterende winstpotentie op de winstgevende grondexploitaties is die verhouding als volgt:

  • 2024: € 99,6 miljoen weerstandsvermogen ten opzichte van € 99,7 miljoen aan risico’s
  • 2025: € 95,6 miljoen weerstandsvermogen ten opzichte van € 109,2 miljoen aan risico’s.

De ratio weerstandsvermogen (welke middelen hebben we beschikbaar om de mogelijke risico’s op te vangen) is dus lager dan vorig jaar. Zonder rekening te houden met de winstpotentie zijn er dus niet meer voldoende middelen beschikbaar in de reserve grondbedrijf om alle risico’s op te vangen.

Als echter gerekend wordt met de winstpotentie zonder het gedeelte van beoogd Nieuw Brandevoort
(€ 16,9 miljoen) blijft er nog € 28,7 miljoen winstpotentie over. Opgeteld bij de reserve grondbedrijf is er alsdan nog wel voldoende weerstandsvermogen (€ 124,3 miljoen) beschikbaar om de risico’s op te vangen.

Algemene risico's

Netcongestie
Netcongestie treedt op als de vraag naar transport van elektriciteit groter is dan de capaciteit van het elektriciteitsnet. Gemeente Helmond krijgt hier steeds meer mee te maken bij de realisatie van projecten voor de stad. Zoals in RIB 2026-071 is beschreven zijn de financiële gevolgen hiervan verschillend per grondexploitatie, afhankelijk van de boekwaarde en het rentepercentage op de grondexploitatie. Vooralsnog lijken de financiële gevolgen voor deze grondexploitaties mee te vallen. Los van financiële consequenties, is duidelijk dat de congestieproblemen voor de realisatie van onze inhoudelijke doelen en ambities grote gevolgen heeft. Dit geldt niet alleen voor onze doelen op het gebied van woningbouw, economie en maatschappelijke voorzieningen, maar ook voor onze ambities op het gebied van de verduurzaming en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.

Deze pagina is gebouwd op 07/16/2026 15:34:13 met de export van 07/16/2026 14:54:42